Ondernemers zijn reeds vertrouwd met het systeem van voorafbetalingen: tijdens het inkomstenjaar wordt al een deel van de verschuldigde belastingen betaald om onaangename verrassingen achteraf te vermijden. Nu wijzigt dat systeem ingrijpend. De federale regering voerde namelijk een vijfde voorafbetalingsperiode in en past tegelijk de logica achter voorafbetalingen in de personenbelasting aan. Dit artikel legt uit wat voorafbetalingen precies zijn, waarom ze bestaan en wat de nieuwe vijfde voorafbetaling concreet betekent voor zelfstandigen en bedrijfsleiders.

Wat is een voorafbetaling en waarom bestaat ze?

Een voorafbetaling is een voorschot op de personenbelasting of vennootschapsbelasting dat tijdens of kort na het inkomstenjaar wordt betaald. Het doel is eenvoudig: wie al tijdens het jaar belastingen vooruitbetaalt, vermijdt dat de fiscus achteraf een belastingverhoging oplegt. Die verhoging functioneert als een soort boete voor wie zijn belasting pas volledig betaalt bij de eindafrekening.

Tot en met het inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) gold het oude systeem. Zelfstandigen en ondernemingen die onvoldoende voorafbetalen, riskeren binnen het oude systeem een belastingverhoging die forfaitair wordt berekend. Voor 2025 bedraagt die verhoging 6,75 procent. Wie tijdig en voldoende voorafbetaalt, kan die verhoging vermijden en in sommige gevallen zelfs een klein financieel voordeel behalen via een bonificatie. Een bonificatie is een fiscaal voordeel dat wordt toegekend wanneer voorafbetalingen vroeg in het jaar gebeuren.

Het klassieke systeem met vier voorafbetalingen

Traditioneel zijn er vier voorafbetalingsmomenten per jaar, gespreid over de vier kwartalen. Hoe vroeger in het jaar een voorafbetaling gebeurt, hoe groter het voordeel. Dat systeem stimuleert ondernemers om niet te wachten tot het einde van het jaar, maar al in het voorjaar en de zomer vooruit te denken over hun fiscale situatie. Voor veel zelfstandigen blijft dit echter een uitdaging, omdat het belastbaar inkomen pas laat in het jaar duidelijk wordt.

De invoering van een vijfde voorafbetaling vanaf 2026

Vanaf 2026 wordt een extra voorafbetalingsperiode ingevoerd: de zogenaamde vijfde voorafbetaling, vaak aangeduid als VB5. Deze betaling moet gebeuren vóór 20 februari van het aanslagjaar, dus na afloop van het inkomstenjaar. Concreet betekent dit dat inkomsten van 2026 nog tot 20 februari 2027 aanleiding kunnen geven tot een voorafbetaling die fiscaal meetelt voor dat inkomstenjaar.

De logica achter deze vijfde periode is dat ondernemers op dat moment een veel beter zicht hebben op hun werkelijke winst of baten. Daardoor kunnen ze gerichter voorafbetalen en hun fiscale voordeel optimaliseren. Aan deze vijfde voorafbetaling is een specifieke bonificatie gekoppeld, berekend als een factor van de wettelijke basisrentevoet zoals vastgelegd in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Het precieze voordeel zal afhangen van die rentevoet, maar het principe is duidelijk: ook laattijdige voorafbetalingen kunnen nog fiscaal interessant zijn.

Verschil tussen zelfstandigen en bedrijfsleiders

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen zelfstandigen in de personenbelasting en bedrijfsleiders. Voor zelfstandigen met winst of baten in de personenbelasting verdwijnt vanaf inkomstenjaar 2026 de belastingverhoging bij onvoldoende voorafbetalingen volledig. Voor hen wordt voorafbetalen dus een keuze in plaats van een verplichting. Wie niet voorafbetaalt, wordt niet langer gestraft, maar wie dat wel doet, kan nog steeds een bonificatie genieten. Voor bedrijfsleiders blijft het systeem strenger. Zij blijven verplicht om voorafbetalingen te doen en riskeren nog altijd een belastingverhoging bij onvoldoende voorschotten. Voor hen komt de vijfde voorafbetalingsperiode bovenop de bestaande vier, wat een bijkomend planningsmoment creëert. Tegelijkertijd is het een nuttige manier om na het afsluiten van het boekjaar nog een belastingverhoging te voorkomen.