Als je vennootschap winst maakt, opent dat de vraag hoe je dat geld het best uit de vennootschap haalt. Een loon en een bedrijfsleidersvergoeding zijn bekende pistes, maar ook een dividenduitkering kan interessant zijn. Bij een dividend keert je vennootschap een deel van de belaste winst uit aan jou als aandeelhouder. Daar hangt echter een strikt vennootschapsrechtelijk en fiscaal kader aan vast. Je kunt niet zomaar elk bedrag uit de vennootschap halen. Ook het moment en de vorm van de uitkering zijn gereglementeerd. In deze blog lees je in grote lijnen hoe een dividenduitkering in een vennootschap werkt, welke soorten dividenden er bestaan en met welke zaken je rekening moet houden.
Wat is een dividend precies?
Een dividend is een deel van de winst van je vennootschap dat je als aandeelhouder ontvangt bovenop je loon of andere vergoedingen. Het gaat om winst die in de vennootschap al onderworpen is geweest aan vennootschapsbelasting. Pas nadat de jaarrekening is opgesteld en goedgekeurd, kan de algemene vergadering beslissen welk deel van het resultaat wordt gereserveerd en welk deel uitgekeerd wordt als dividend. In de praktijk betekent dit dat je eerst op vennootschapsniveau afrekent, en dat het resterende bedrag dan gedeeltelijk naar jou kan terugvloeien. De uitkering kan in geld gebeuren, maar in sommige gevallen ook in natura, bijvoorbeeld via de overdracht van een actief. Boekhoudkundig wordt het toegekende dividend geboekt als een schuld van de vennootschap aan de aandeelhouder, tot het effectief wordt betaald.
Gewoon, tussentijds en interimdividend
Een klassieke dividenduitkering gebeurt meestal naar aanleiding van de jaarlijkse algemene vergadering die de jaarrekening goedkeurt. Op dat moment beslissen de aandeelhouders over het zogenaamde “gewone” dividend, op basis van de vastgestelde winst en de voorgestelde resultaatbestemming. Wil je niet wachten tot het einde van het boekjaar, dan zijn er andere mogelijkheden. Via een bijzondere algemene vergadering kun je een tussentijds dividend laten uitkeren, bijvoorbeeld op basis van winsten uit afgesloten boekjaren die nog niet eerder zijn verdeeld. Daarnaast bestaat er in sommige vennootschapsvormen ook het interimdividend: een uitkering op winst van het lopende boekjaar, toegekend door het bestuursorgaan als de statuten dat toelaten. Bij elke vorm blijft de kern hetzelfde: er moet voldoende uitkeerbare winst zijn en de uitkering mag de financiële gezondheid van de vennootschap niet in gevaar brengen.
Hoeveel dividend mag je uitkeren?
In een besloten vennootschap kun je alleen een dividend uitkeren als je vennootschap de wettelijk verplichte tests doorstaat. Enerzijds is er de zogeheten balanstest of netto-actieftest: na de uitkering moet het eigen vermogen boven de wettelijke of statutaire minima blijven. Met andere woorden, je mag het netto-actief niet leegtrekken. Anderzijds moet je in een bv ook een liquiditeitstest doorstaan. Het bestuursorgaan moet nagaan of de vennootschap haar opeisbare schulden in de komende twaalf maanden redelijkerwijs kan blijven betalen na de dividenduitkering. In een nv speelt vooral de netto-actieftest een rol. De liquiditeitstest is daar niet verplicht, al blijft voorzichtigheid ook daar aangewezen. Ga je toch in tegen deze regels, dan kan een onterecht uitgekeerd dividend worden teruggevorderd bij de aandeelhouders en kan er bestuurdersaansprakelijkheid in beeld komen.
De fiscale behandeling: roerende voorheffing en gunstregimes
Fiscale gevolgen mag je nooit onderschatten. Op vennootschapsniveau is de winst al onderworpen aan vennootschapsbelasting. Daarbovenop houdt de vennootschap bij een dividenduitkering in principe roerende voorheffing in, doorgaans aan het standaardtarief van 30 procent. Als natuurlijk persoon ontvang je je dividend netto na inhouding van die voorheffing. In veel gevallen werkt die roerende voorheffing bevrijdend, zodat je het dividend niet opnieuw moet aangeven in de personenbelasting. Onder bepaalde voorwaarden kun je gebruikmaken van verlaagde tarieven. Of dat voor jou interessant is, hangt af van de structuur en plannen van je vennootschap. Laat je daarom altijd bijstaan door je boekhouder of adviseur als je een dividenduitkering overweegt.
