Wie een zelfstandige activiteit moet stopzetten door economische moeilijkheden of door omstandigheden buiten de eigen wil, kan onder voorwaarden een beroep doen op het overbruggingsrecht. Dat vangnet bestaat niet alleen uit een maandelijkse uitkering, maar ook uit het behoud van bepaalde sociale rechten. Onder bepaalde voorwaarden kan het overbruggingsrecht ook worden gecombineerd met een ander inkomen. Dit is echter niet onbeperkt mogelijk. Daarbij speelt ook de vraag of een activiteit fiscaal als beroepsmatig wordt beschouwd.

Mogelijkheid tot overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht is bedoeld voor zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten in het maxistatuut die hun activiteit moeten onderbreken of stopzetten. Dat kan bijvoorbeeld na een faillissement, brand, natuurramp of een andere gebeurtenis met een rechtstreekse en aanzienlijke economische impact. Ook een definitieve stopzetting wegens economische moeilijkheden kan recht geven op steun, onder meer een laag beroepsinkomen in het stopzettingsjaar en het jaar daarvoor. Het basispakket blijft beperkt tot twaalf maanden uitkering en vier kwartalen behoud van bepaalde sociale rechten, al kunnen in sommige gevallen bijkomende rechten worden opgebouwd.

Cumul met een vervangingsinkomen

De uitkering van het overbruggingsrecht kan samengaan met een ander vervangingsinkomen. Die cumul is niet in de tijd beperkt, maar financieel wel. De som van beide uitkeringen mag niet hoger zijn dan het bedrag van het overbruggingsrecht waarop normaal recht bestaat. Zodra dat plafond wordt overschreden, wordt de uitkering in het kader van het overbruggingsrecht verminderd. Voor maart 2026 bedraagt de volledige maanduitkering 1.671,01 euro zonder gezinslast en 2.088,11 euro met gezinslast. Die bedragen vormen dus meteen ook de praktische bovengrens voor een onbeperkte cumul met een ander vervangingsinkomen.

Cumul met een nieuwe beroepsactiviteit

De combinatie met een beroepsactiviteit ligt moeilijker. Zij is pas mogelijk nadat alle beroepsactiviteiten eerst minstens één volledige kalendermaand volledig zijn onderbroken. Daarna mag per volledige kalendermaand zonder enige beroepsactiviteit nog één maand worden gecombineerd met een beroepsactiviteit als zelfstandige, werknemer of ambtenaar. Die mogelijkheid is beperkt tot maximaal drie maanden, die niet opeenvolgend hoeven te zijn. Tijdens die maanden daalt de uitkering trapsgewijs met 25 procent, vervolgens 50 procent en daarna 75 procent. Vanaf een vierde maand is er dus geen uitkering meer binnen die cumulregeling. Die maanden worden bovendien volledig aangerekend op het basispakket van het overbruggingsrecht.

Wat geldt als een beroepsactiviteit?

Voor de beoordeling van die cumul is vooral van belang wat als beroepsactiviteit wordt gezien. In ruime zin gaat het om elke activiteit die een inkomen kan opleveren in de zin van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, ook wanneer zij via een tussenpersoon wordt uitgeoefend. Fiscaal wordt bovendien niet alleen gekeken naar een formele inschrijving of een btw-nummer. Volgens de cassatierechtspraak volstaat het dat er voldoende talrijke en onderling samenhangende verrichtingen zijn die een gewone en voortdurende bedrijvigheid vormen en niet louter het normale beheer van een privévermogen uitmaken. Daardoor kan ook een nevenactiviteit beroepsmatig zijn, zelfs zonder uitgebreide organisatie.

Voorzichtig zijn met huurinkomsten

Het Grondwettelijk Hof bevestigde in 2023 dat een toenemend aantal aankopen van onroerend goed om te verhuren, samen met de verrichtingen om huur te innen en het beheer op te volgen, in bepaalde gevallen kan uitgroeien tot een winstgevende bezigheid die als beroepsactiviteit wordt belast. Er bestaat dus geen vaste grens vanaf een bepaald aantal panden. Wie tijdens het overbruggingsrecht inkomsten genereert uit verhuuractiviteiten die meer lijken op een gestructureerde exploitatie dan op gewoon privébeheer, loopt het risico dat die inkomsten als beroepsinkomsten worden beschouwd. Dat kan de cumul beïnvloeden en moet dus vooraf goed worden beoordeeld.