De aangekondigde pensioenhervorming zorgt bij veel zelfstandigen voor vragen. Ook wie een activiteit in bijberoep uitoefent, vraagt zich af welke impact dit heeft op de opbouw van pensioenrechten. Deze ondernemers combineren een job in loondienst met een zelfstandige activiteit naast hun hoofdberoep. Dat kan om verschillende redenen gebeuren, bijvoorbeeld om een extra inkomen te genereren of om de levensvatbaarheid van een onderneming uit te testen. Toch is het niet altijd duidelijk hoe zo’n bijberoep doorwerkt in het pensioenstelsel. In sommige gevallen levert een zelfstandige activiteit in bijberoep immers geen extra wettelijk pensioen op, terwijl er in andere situaties wel degelijk pensioenrechten kunnen worden opgebouwd. Bovendien bestaan er verschillende mogelijkheden om via aanvullende pensioenpijlers extra reserves op te bouwen. We maken je wegwijs doorheen het kluwen van regels en uitzonderingen.

Het wettelijk pensioen en het belang van het hoofdberoep

Voor de meeste zelfstandigen in bijberoep wordt het basispensioen opgebouwd via het hoofdberoep. Wie bijvoorbeeld werkt als werknemer of ambtenaar betaalt sociale bijdragen op het loon uit die activiteit. Die bijdragen zorgen ervoor dat men pensioenrechten opbouwt binnen het werknemers- of ambtenarenstelsel. De zelfstandige activiteit die daarnaast wordt uitgeoefend staat juridisch los van het hoofdberoep. Dat betekent dat het pensioen voor die twee activiteiten afzonderlijk wordt bekeken. In de praktijk heeft het bijberoep vaak weinig invloed op het wettelijke pensioen, omdat de sociale bijdragen voor een bijberoep meestal lager liggen dan die van een zelfstandige in hoofdberoep. Het pensioenrecht blijft dan voortkomen uit het hoofdberoep.

Wanneer een bijberoep geen pensioenrechten oplevert

Een zelfstandige activiteit in bijberoep leidt niet automatisch tot bijkomende pensioenrechten. Dit heeft te maken met de manier waarop sociale bijdragen worden berekend. Bij een beperkt inkomen uit een bijberoep betaal je minder sociale bijdragen dan de minimumbijdrage voor een zelfstandige in hoofdberoep. Daarom worden er in dit geval geen extra sociale rechten opgebouwd in het zelfstandigenstelsel. De lagere bijdragen functioneren dan in feite als een solidariteitsbijdrage binnen het sociale systeem. De wetgever heeft deze regeling ingevoerd om de drempel voor een bijberoep laag te houden, maar het gevolg is dat de activiteit niet altijd meetelt voor het pensioen. Voor veel bijberoepers is dit geen groot probleem, omdat hun pensioen al wordt opgebouwd via hun job in loondienst.

Situaties waarin een bijberoep wel pensioenrechten oplevert

Er bestaan ook situaties waarin een zelfstandige activiteit in bijberoep wél kan bijdragen aan de opbouw van een wettelijk pensioen. Dat gebeurt wanneer de sociale bijdragen voor het bijberoep minstens overeenkomen met de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep. In dat geval wordt het inkomen uit het bijberoep beschouwd als voldoende substantieel om pensioenrechten te genereren binnen het zelfstandigenstelsel. Jaar per jaar moet bekeken worden of deze drempel al dan niet is overschreden. Opgelet: wie vrijwillig hogere bijdragen stort zonder dat de wettelijke inkomstendrempels worden bereikt, opent daarmee niet automatisch extra sociale rechten. De hogere betalingen worden dan later gewoon weer verrekend en teruggestort door het sociaal secretariaat.

Hoe de pensioenrechten worden onderzocht

Of een bijberoep uiteindelijk tot een pensioenrecht leidt, wordt onderzocht door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Dit gebeurt automatisch wanneer iemand de pensioenleeftijd nadert. Het onderzoek start doorgaans ruim een jaar voordat het pensioen effectief ingaat. Op dat moment bekijkt de administratie of de zelfstandige activiteit gedurende de loopbaan heeft geleid tot bijdragen die hoog genoeg waren om pensioenrechten te creëren. Wanneer dat het geval is, kan er een afzonderlijk pensioencomponent worden toegekend voor de zelfstandige activiteit. De betrokkene ontvangt hierover een officiële beslissing via de post. Voor wie in het buitenland woont, geldt een andere procedure. In dat geval moet men zelf een pensioenaanvraag indienen om het dossier te laten onderzoeken. Ondernemers kunnen daarnaast tijdens hun loopbaan al een indicatie krijgen van hun toekomstige pensioen via digitale platformen zoals MyPension, waar de opgebouwde rechten in verschillende stelsels worden samengebracht.

Aanvullende pensioenopbouw

Naast het wettelijk pensioen bestaan er verschillende mogelijkheden om extra pensioen op te bouwen. De tweede pensioenpijler speelt daarbij een belangrijke rol. Werknemers kunnen via hun werkgever deelnemen aan een groepsverzekering of een pensioenfonds. Voor zelfstandigen in bijberoep bestaat daarnaast de mogelijkheid om zelf een aanvullend pensioenplan op te zetten. Een bekend instrument hiervoor is het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Deze formule laat toe om jaarlijks een deel van het inkomen te reserveren voor later, terwijl de gestorte premies fiscaal aftrekbaar zijn. Dat betekent dat ze in mindering worden gebracht van het belastbaar inkomen, wat zowel de belastingdruk als de sociale bijdragen kan verlagen. Voor bijberoepers geldt echter een belangrijke voorwaarde: een VAPZ kan enkel worden afgesloten wanneer de sociale bijdragen minstens overeenkomen met die van een zelfstandige in hoofdberoep.

Individueel sparen voor het pensioen

Naast de professionele pensioenplannen kan ook individueel worden gespaard voor later. Deze vormen van pensioenopbouw vallen onder de derde pijler van het Belgische pensioensysteem. Pensioensparen en langetermijnsparen zijn de bekendste voorbeelden. Beide systemen bieden een belastingvermindering op de gestorte bedragen, waardoor sparen voor het pensioen fiscaal wordt gestimuleerd. De maximale stortingen liggen jaarlijks vast en leveren een vast percentage belastingvoordeel op, afhankelijk van het gestorte bedrag. Voor zelfstandigen in bijberoep zijn deze formules vooral interessant indien minder bijdragen worden betaald dan de minimumbijdrage voor de hoofdberoeper.

Naast de formele pensioenpijlers bestaat er ook een vierde manier om een financiële reserve voor later op te bouwen. Deze vierde pijler omvat alle vormen van vrijwillig sparen en investeren die niet onder specifieke pensioenregelingen vallen. Denk bijvoorbeeld aan beleggen in aandelen, obligaties of vastgoed. Het nadeel: investeren brengt ook risico’s met zich mee, omdat de waarde van beleggingen kan schommelen. In tegenstelling tot sommige pensioenproducten zijn er bovendien geen fiscale voordelen verbonden aan deze investeringen.