Met de installatie van de regering De Wever I staat België voor een enorme uitdaging: het begrotingstekort moet drastisch worden teruggedrongen en de economie moet opnieuw op koers worden gezet. De regering-De Wever I, geleid voor een Vlaams-nationalist die zich nu moet ontpoppen tot de redder des vaderlands, heeft zichzelf een inspanning van bijna 23 miljard euro opgelegd om het tekort onder controle te krijgen. Meer nog: dat wil het doen zonder dat de belastingdruk in verhouding tot het BBP stijgt. Dit betekent dat ondernemers zich moeten voorbereiden op zowel nieuwe lasten als hervormingen die de economie moeten versterken.
Naast de sanering van de overheidsfinanciën zet de regering ook sterk in op structurele hervormingen, vooral op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid. Werkgevers krijgen meer verantwoordelijkheid in het re-integratiebeleid van langdurig zieken en moeten bijdragen aan de inspanning om meer mensen aan het werk te krijgen. De federale overheid rekent bovendien op efficiëntiewinsten en een strikte uitgavencontrole om de begrotingsdoelstellingen te behalen, wat voor ondernemingen kan leiden tot wijzigingen in subsidies en steunmaatregelen.
Lonen en lasten op arbeid: verlaging én verhoging
Een van de meest opvallende maatregelen is de verlaging van de lasten op arbeid, met een specifieke focus op lage- en middenlonen. Dit moet de concurrentiepositie van Belgische bedrijven versterken door de loonkosten voor deze groepen te verlagen, wat met name kmo’s ten goede komt. Tegelijkertijd wordt er niet geraakt aan de automatische loonindexering, wat betekent dat lonen kunnen blijven stijgen zonder dat bedrijven hierop invloed hebben. Daarnaast wordt het minimumloon in 2026 en 2028 verder opgetrokken. Dit gebeurt zonder extra kosten voor werkgevers, omdat de overheid compenserende maatregelen neemt via gerichte lastenverlagingen.
Uiteraard blijft de vraag hoe deze maatregelen zich in de praktijk zullen vertalen: een stijging van de minimumlonen kan indirect de loonkosten voor bedrijven verhogen door de loonschalen die eraan gekoppeld zijn. Dit kan de concurrentiekracht in bepaalde sectoren onder druk zetten, zeker in vergelijking met buurlanden waar minder rigide loonmechanismen gelden. De praktijk zal het een ander moeten uitwijzen.
Meerwaardebelasting en wijzigingen in de vennootschapsbelasting
Ondernemers krijgen te maken met een meerwaardebelasting op financiële activa. Hoewel historische meerwaarden buiten schot blijven, wordt op nieuw gerealiseerde meerwaarden een solidariteitsbijdrage geheven die progressief stijgt naarmate de gerealiseerde winst hoger is. De belastingvoet varieert, met lagere tarieven voor kleine ondernemers en aanzienlijk hogere heffingen voor grote vermogenswinsten. Dit heeft vooral gevolgen voor bedrijven en ondernemers die sterk inzetten op financiële strategieën binnen hun vennootschap, bijvoorbeeld door aandelenbelangen op te bouwen.
Voor eigenaars van vennootschappen wordt de fiscale optimalisatie via de liquidatiereserve duurder door een hogere roerende voorheffing, terwijl de wachttermijn wordt verkort. Tegelijk blijft de investeringsaftrek voor O&O behouden en wordt deze zelfs verbeterd voor energietransitie-investeringen. De regering hoopt hiermee enerzijds extra inkomsten te genereren, maar anderzijds ook strategische investeringen aan te moedigen die bijdragen aan economische groei.
Activerende sociale zekerheid en re-integratie van langdurig zieken
De kersverse regering van N-VA, CD&V, Vooruit, MR en Les Engagés zet sterk in op het activeren van langdurig werklozen en zieken. Bedrijven met veel langdurig zieken zullen financieel verantwoordelijk worden gehouden, wat betekent dat de lasten van de eerste maanden langdurige ziekte deels door de werkgever moeten worden gedragen. Dit moet bedrijven aanmoedigen om meer in te zetten op preventie en re-integratie van werknemers die langdurig ziek zijn. Bovendien komt er een snellere aanpak van werkloosheid, waarbij uitkeringen worden afgebouwd en werklozen sneller naar werk worden begeleid. Dit zou ertoe moeten leiden dat er meer instroom op de arbeidsmarkt komt, wat voor werkgevers zowel kansen als uitdagingen biedt. Werkgevers zullen dus actiever betrokken worden bij het re-integratieproces en zullen nauwer samenwerken met overheidsinstanties om werkzoekenden sneller aan de slag te krijgen. Daarnaast wordt er werk gemaakt van een gecentraliseerd register voor sociale voordelen, zodat overlappingen en misbruik beter kunnen worden aangepakt.
Arbeidsflexibiliteit en overuren
Een van de positieve hervormingen voor bedrijven is de uitbreiding van flexibele arbeidsmogelijkheden. Werknemers krijgen meer vrijheid om hun werktijden te regelen, binnen de mogelijkheden van de Europese wetgeving, en er komt een systeem van vrijwillige overuren zonder extra sociale bijdragen. Dit maakt het voor bedrijven makkelijker om piekperiodes op te vangen zonder dat de loonkosten exponentieel stijgen. Flexi-jobs worden uitgebreid naar alle sectoren, waardoor werkgevers eenvoudiger tijdelijk personeel kunnen inzetten. Dit opent nieuwe mogelijkheden voor sectoren die kampen met een tekort aan arbeidskrachten, zoals horeca en retail. Nachtarbeid en verplichte sluitingsdagen worden grotendeels afgeschaft, wat vooral interessant is voor de retail- en e-commercesector. Dit betekent dat winkels en magazijnen meer vrijheid krijgen om hun openingsuren aan te passen aan de noden van de consument en de operationele efficiëntie van het bedrijf.
Energie en klimaat: steun en nieuwe uitdagingen
De regering wil een competitief energiebeleid voeren en verlaagt de accijnzen op elektriciteit tot het Europese minimum, wat voordelig is voor energie-intensieve bedrijven. Tegelijk worden investeringen in kernenergie en hernieuwbare energie gestimuleerd, waarbij vooral de verdere ontwikkeling van kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) op de agenda staat. Dit moet op lange termijn zorgen voor een stabiele en betaalbare energievoorziening, zodat Belgische bedrijven beter kunnen concurreren met buitenlandse concurrenten. In het buitenland is energie op dit moment namelijk vaak goedkoper. PFAS-vervuiling en circulaire economie krijgen ook aandacht, wat voor bedrijven in de chemie- en recyclagesector zowel kansen als nieuwe verplichtingen meebrengt. Er komt een sectorfonds voor PFAS-vervuiling, waarin bedrijven financieel bijdragen om saneringen te bekostigen, wat tot extra kosten kan leiden voor chemische bedrijven.
Wijzigingen in het fiscaal gunstige auteursrechtensysteem
Een van de meest opvallende fiscale wijzigingen voor zelfstandigen en ondernemers is de aanpassing van het systeem rond auteursrechten. De wijzigingen die onder de vorige regering werden doorgevoerd, worden namelijk volledig teruggedraaid, waardoor de voordelige regeling opnieuw breder toepasbaar wordt. Het fiscaal regime van auteursrechten, dat voordien was ingeperkt, wordt opnieuw uitgebreid naar digitale beroepen en technologische innovaties. Dit betekent dat onder meer IT-consultants en softwareontwikkelaars opnieuw kunnen genieten van een verlaagd belastingtarief op hun inkomsten uit auteursrechten. Hierdoor wordt het aantrekkelijker voor creatieve en technologische beroepen om in België te blijven opereren en wordt voorkomen dat talent naar het buitenland vertrekt op zoek naar gunstigere fiscale regimes.
