Wie beslist om een eenmanszaak te beëindigen, krijgt te maken met meer dan enkel het doorgeven van de stopzetting bij de Kruispuntbank of de btw-administratie. Ook de lopende boekhouding moet correct worden afgerond. Een belangrijk onderdeel daarbij zijn de afschrijvingen. Ondernemers hebben vaak in de loop der jaren investeringen gedaan in bedrijfsmiddelen, zoals computers, machines of voertuigen. Deze worden fiscaal gespreid als kosten ingebracht (via afschrijvingen). Maar wat gebeurt er met die afschrijvingen wanneer de onderneming voortijdig stopt? Een goed begrip van de concepten restwaarde, marktwaarde en de fiscale behandeling is noodzakelijk om verrassingen te vermijden.
Lopende afschrijvingen bij de stopzetting
Wanneer een onderneming wordt stopgezet, kan men te maken hebben met zowel volledig afgeschreven investeringen als investeringen die nog lopende zijn. Bij volledig afgeschreven activa is de boekhoudkundige waarde al volledig ten laste van de resultaten genomen, waardoor er op dat vlak niets meer te regelen valt. Anders is het wanneer activa nog niet volledig zijn afgeschreven. In dat geval staat er nog een restwaarde geboekt in de administratie. Deze waarde geeft weer welk deel van de oorspronkelijke aanschafprijs nog niet als kost werd ingebracht. De fiscus verwacht dat bij de stopzetting ook hiermee rekening wordt gehouden, wat leidt tot een bijzondere verwerking in de eindafrekening.
Verkoop tegen marktwaarde
Een kernprincipe bij het stopzetten van een eenmanszaak is dat de ondernemer alle activa als het ware aan zichzelf “verkoopt” tegen de marktwaarde. Deze marktwaarde weerspiegelt de actuele waarde van het goed en kan bijvoorbeeld worden bepaald door vergelijkbare tweedehandsprijzen te bekijken. Er hoeft geen reële betaling plaats te vinden, maar door een verkoopfactuur op te stellen, wordt de waarde correct in de boekhouding verwerkt. Zo wordt vermeden dat activa met een boekhoudkundige waarde uit de administratie verdwijnen zonder dat daar een fiscale correctie tegenover staat. Voor goederen die niet langer bruikbaar zijn of geen waarde meer vertegenwoordigen, kan de marktwaarde op nul worden vastgesteld, ook al waren er nog afschrijvingen lopend.
De vergelijking tussen restwaarde en marktwaarde is in dit proces cruciaal. Een investering die bijvoorbeeld drie jaar moest worden afgeschreven, maar na één jaar wordt stopgezet, zal in de boekhouding nog een restwaarde van twee derde hebben. Indien dit overeenkomt met de marktwaarde, kan deze waarde worden gehanteerd bij de overdracht aan privévermogen. Wanneer echter de marktwaarde hoger ligt dan de restwaarde, ontstaat er een belastbare meerwaarde. Het omgekeerde scenario kan ook, waarbij de marktwaarde lager ligt dan de restwaarde. Dan wordt de lagere marktwaarde als uitgangspunt genomen. Een bijzonder aandachtspunt is dan ook de behandeling van onroerend goed dat binnen de eenmanszaak werd aangekocht. Waar machines en voertuigen vaak in waarde dalen, stijgt vastgoed in veel gevallen net in waarde. Na tien jaar afschrijving kan de boekhoudkundige waarde aanzienlijk lager zijn dan de reële marktwaarde. Het verschil tussen de twee geldt bij de stopzetting als een belastbare meerwaarde.
Opletten met de btw
Bij de eindafrekening speelt ook de eerder gerecupereerde btw een rol. Bij investeringen die destijds recht gaven op btw-aftrek, moet bij een vroegtijdige stopzetting gecontroleerd worden of er een correctie moet gebeuren. Dit kan het geval zijn wanneer de herzieningstermijn voor btw nog niet verstreken is. De fiscus kan bij een stopzetting een controle uitvoeren waarbij zowel de correcte verwerking van de afschrijvingen als de rechtzetting van de btw in detail worden nagegaan.
