Veel zelfstandigen en bedrijfsleiders halen hun inkomen niet alleen uit het loon dat ze zich uitkeren, maar ook uit dividenden of reserves in hun vennootschap. Dat systeem maakt het mogelijk om op een fiscaal efficiënte manier inkomsten te plannen. De federale regering heeft echter beslist om de belasting op bepaalde uitkeringen uit vennootschappen te verhogen. Daardoor verandert de manier waarop ondernemers cash uit hun bedrijf halen. De aangekondigde hervorming heeft de voorbije maanden al tot een duidelijke reactie geleid bij bedrijfsleiders.

Waarom de belasting op uitkeringen stijgt

De federale regering wil het verschil verkleinen tussen de belastingdruk op werknemers en die op bedrijfsleiders die via een vennootschap werken. In de huidige situatie wordt een aanzienlijk deel van het loon van werknemers belast via de personenbelasting en sociale bijdragen, terwijl inkomsten uit een vennootschap vaak gunstiger worden behandeld.

Daarom werd beslist om twee populaire fiscale regimes minder voordelig te maken: het VVPR-bis-regime en het systeem van de liquidatiereserve. Beide systemen maken het mogelijk om dividenden of reserves uit te keren tegen een verlaagd tarief. In de praktijk betekent de hervorming dat de belastingdruk stijgt van 15 naar 18 procent.

Die wijziging gaat niet meteen in. Volgens de huidige planning treedt de nieuwe regeling in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad. Verwacht wordt dat dit ten vroegste op 1 april gebeurt. Daardoor hebben ondernemers tijdelijk nog de mogelijkheid om uitkeringen te organiseren onder het huidige tarief.

VVPR-bis: nog even uitkeren tegen 15 procent

Het VVPR-bis-regime is vooral bedoeld voor aandeelhouders van kleine vennootschappen. Wanneer bepaalde voorwaarden vervuld zijn, kan een dividend worden uitgekeerd tegen een roerende voorheffing van 15 procent in plaats van het standaardtarief van 30 procent. Belangrijk is dat het kapitaal na 1 juli 2013 werd ingebracht en dat de middelen minstens drie boekjaren in de vennootschap zijn gebleven. Vanaf het vierde boekjaar kan een dividend onder het verlaagde tarief worden uitgekeerd.

Wie nog gebruik wil maken van het huidige tarief, moet tijdig de nodige stappen ondernemen. Een dividenduitkering vereist immers een formele beslissing binnen de vennootschap, meestal via een algemene vergadering. In sommige gevallen kan ook een tussentijds of interimdividend worden uitgekeerd, afhankelijk van de rechtsvorm en de statuten van de onderneming.

Na de beslissing moet bovendien binnen een korte termijn een aangifte roerende voorheffing worden ingediend. In bepaalde vennootschappen, zoals een besloten vennootschap, moeten ook uitkeringstesten worden uitgevoerd om te controleren of de vennootschap na de uitkering financieel gezond blijft.

Liquidatiereserves worden minder interessant

Naast het VVPR-bis-regime maken veel ondernemers gebruik van de liquidatiereserve. Dat systeem laat toe om winst binnen de vennootschap te reserveren en later fiscaal voordelig uit te keren. Bij het aanleggen van zo’n reserve wordt eerst een bijkomende vennootschapsbelasting van 10 procent betaald. Wanneer de reserve na een bepaalde wachttijd wordt uitgekeerd, volgt een beperkte roerende voorheffing.

Voor bestaande reserves blijft het huidige systeem grotendeels behouden. Wie een reserve minstens vijf jaar laat staan, kan die uitkeren tegen een zeer laag tarief van 5 procent. Bij een wachttijd van drie jaar bedraagt dat 6,5 procent. Voor nieuwe reserves verandert de situatie echter. Reserves die vanaf eind 2025 worden opgebouwd, zullen bij uitkering tegen een hogere belasting worden belast. Daardoor komt de totale belastingdruk uiteindelijk eveneens rond 18 procent te liggen.