Een dividenduitkering kan op verschillende momenten tijdens het boekjaar plaatsvinden, maar niet elke uitkering volgt dezelfde juridische logica. In de praktijk worden twee systemen onderscheiden: het interimdividend en het tussentijds dividend. Hoewel beide leiden tot een vergoeding van het kapitaal vóór de afsluiting van het boekjaar, verschillen ze op verschillende punten. Het is belangrijk dat je deze begrippen uit elkaar houdt, omdat de regels rond uitkeerbare winst, de rol van het bestuursorgaan of de algemene vergadering en de fiscale behandeling daarvan verschillen.

Wat is een interimdividend?

Een interimdividend is een voorschot op het dividend van het lopende boekjaar en is wettelijk geregeld. Alleen een naamloze vennootschap waarbij de statuten dit toelaten kan de raad van bestuur machtigen om een dergelijke uitkering goed te keuren. De berekening vertrekt van de winst die tijdens het huidige boekjaar is opgebouwd, eventueel aangevuld met een positief overgedragen resultaat. De uitkering kan enkel plaatsvinden nadat een staat van activa en passiva is opgesteld waaruit blijkt dat de winst volstaat. Deze staat mag niet ouder zijn dan twee maanden en moet, indien er een commissaris is, door hem worden nagezien. Een eerste interimdividend is pas mogelijk zes maanden na de afsluiting van het vorige boekjaar en pas nadat de jaarrekening van dat boekjaar is goedgekeurd. Bovendien moet je rekening houden met de algemene beperkingen op uitkeerbare winst: als de berekening volgens de vennootschapsrechtelijke regels een lager bedrag oplevert dan het winstcijfer van het lopende jaar, mag enkel dat lagere bedrag worden uitgekeerd.

Wat is een tussentijds dividend?

Een tussentijds dividend wordt niet gebaseerd op de winst van het lopende jaar, maar op beschikbare reserves of overgedragen winsten die blijken uit de laatst goedgekeurde jaarrekening. Het onderscheidende element is dat de uitkering niet door de raad van bestuur wordt beslist, maar door de algemene vergadering. Het vennootschapsrecht bevat geen apart artikel over dit mechanisme, maar rechtspraak heeft bevestigd dat een uitkering op elk moment van het boekjaar mogelijk is, zolang de grenzen van uitkeerbare winst worden gerespecteerd. Omdat het netto-actief moet worden bepaald op basis van de goedgekeurde jaarrekening, is het aangewezen om geen uitkering te doen tussen de afsluitingsdatum en het moment waarop die jaarrekening wordt goedgekeurd. Een tussentijds dividend heeft een definitief karakter en wordt niet verrekend met het latere jaardividend. Het is dus geen voorschot en het blijft verschuldigd, ongeacht de uiteindelijke resultaten van het lopende boekjaar.

Het kernverschil tussen beide uitkeringen

Het belangrijkste verschil tussen beide systemen ligt in de herkomst van de middelen en in de bevoegdheid om te beslissen. Een interimdividend komt uit de winst van het huidige boekjaar en wordt voorlopig toegekend door de raad van bestuur binnen strikt vastgelegde termijnen. De uiteindelijke bevestiging gebeurt achteraf via de gewone resultaatverwerking. Een tussentijds dividend wordt gefinancierd uit de reserves die blijken uit de laatste goedgekeurde jaarrekening en vergt een beslissing van de algemene vergadering. Daarnaast verschilt ook het juridische gevolg: een interimdividend kan worden bijgestuurd wanneer het uiteindelijke dividend lager uitvalt, terwijl een tussentijds dividend definitief blijft. In beide gevallen blijft de toetsing aan de regels van uitkeerbare winst verplicht.